|
Versche
Lucht en Zonlicht in onze Woning
Over het
werk van de huisarts Pieter Bloemers Middendorp uit Bellingwolde
en de fotograaf Tonnis Post uit Winschoten met als onderwerp "de
erbarmelijke woontoestanden in het Groningse Westerwolde in het
begin van de vorige eeuw".
De tekst van deze
internetsite is gebaseerd op de catalogus behorende bij de
expositie over dit onderwerp, die enige jaren geleden
georganiseerd werd door de Provincie Groningen in samenwerking met
de Werkgroep Noorderlicht.
Ondanks het feit dat het document (niet alleen vanuit de hedendaagse optiek) z'n waarde grotendeels ontleent aan het feit dat het om foto's gaat, is er over de maker daarvan relatief weinig bekend. De fotohistoricus Jan Coppens, die in zijn boek De Bewogen Camera (Meulenhoff, 1982) het werk aan de vergetelheid ontrukte, meldt over Tonnis Post weinig meer dan de twee jaartallen waartussen zijn leven zich afspeelde (1877 en 1930) en het feit dat 'de vakman' Post in Winschoten vooral bekendheid genoot als portretfotograaf. De onbeschrevenheid van Post wordt deels verklaard door het feit dat diens rol in het project, ondanks het gewicht van zijn bijdrage, een ondergeschikte was. Het initiatief tot het maken van de foto's ging uit van Middendorp en hij was het ook die het gebruik van de foto's bepaalde. De foto's werden en worden eigenlijk niet beschouwd als 'foto's van Tonnis Post' maar als 'foto's van erbarmelijke woonomstandigheden'. De positie van de fotograaf valt ook af te lezen uit het feit dat zijn werk naamloos deel uitmaakt van de in het Rijksarchief te Groningen bewaarde 'collectie Middendorp'. Onder de vele foto's van huizen, hutten en keten in deze collectie bevindt zich eveneens een onbekend aantal foto's van anderen dan Post. Zo bevatten enkele bewaard gebleven originelen niet het gebruikelijk door Post met een tang aangebrachte naamstempel. Van één van deze originelen, een foto van de hut van Geerts in Hollandsche Veld, gemaakt omstreeks 1905, is de maker bekend: de uit Hoogeveen afkomstige fotograaf Jochum Amerika. Het
werk moet voor Post en Middendorp een zware klus geweest zijn.
In Westerwolde stonden rond die tijd ruim vijf duizend woningen
waarvan slechts één derde aan een verharde weg. (Nog tot het
einde van de vorige eeuw werd arbeiders het recht ontzegd aan de
grote weg te wonen.) Van
elke 'visite' werd door Middendorp verslag gedaan: de afmetingen
van de woning, het formaat van de bedsteden, het dakbeschot, het
aantal bewoners en hun fysieke toestand - het werd allemaal
nauwkeurig genoteerd en naderhand op de achterzijde van de
foto's overgenomen. (Van de meest 'geslaagde' opnamen liet
Middendorp lantaarnplaatjes vervaardigen die hij gebruikte bij
de vele voordrachten die hij hield over het onderwerp.) Post
maakte niet alleen buitenopnamen van de 'woningen', maar
fotografeerde in een aantal gevallen ook de interieurs. Dit
bracht zo de nodige problemen met zich mee. De woningen waren
meestal zo klein dat hij niet de benodigde afstand kon nemen en
de foto's eerder resulteerden in portretten dan in interieurs.
Een van de bewaard gebleven originelen bevat op de achterzijde
de veelzeggende opmerking "photo is van te dichtbij genomen
zoodat hij [de woning] groter lijkt dan hij is". In de
tweede plaats was het er vaak dermate donker dat het gebruik van
kunstlicht (magnesiumpoeder) noodzakelijk was hetgeen in de
bedompte ruimtes niet zonder risico's was.
foto D22-6D Een
geval apart vormden de foto's van de bedsteden: aangezien de
bezoekers overdag kwamen dienden de bewoners voor het maken van
de foto even het bed te kiezen. Vrijwel iedereen ligt dan ook
geheel gekleed te bed, maar gezien de aard van de
slaapgelegenheden is het maar de vraag of dit er 's nachts
werkelijk anders toeging. De bewoners staan, zitten en liggen er
over het algemeen lijdzaam bij. Netjes poseren ze voor de
fotograaf, dat plezier wilden ze de dokter wel doen. Ze hadden
hem tenslotte weinig anders te bieden in ruil voor zijn
diensten. |
||||