-
Deze tekst is
ontleend aan een uitgave uit 1977 van de gemeente Bellingwedde, Aannemersbedrijf
Koning B.V, Stadskanaal en Buro voor Architektuur en Restauratie P.L. de Vrieze,
Groningen. -
Onderzoek

-
Hoewel ongebruikelijk in een artikel als dit, lijkt het
mij zinvol de onderzoekrapporten, die mijn buro in 1968-1969 en 1972 opstelde
integraal te publiceren.
-
Ten eerste blijkt hoe een jarenlang onderhanden zijnd
projekt nogal aan wat verandering van opvattingen onderhevig is.
-
Voorts hoe vanuit de ervaring het onderzoek gericht
wordt op die onderdelen waarvan men bij 13e eeuwse kerkjes iets mag verwachten.
Tenslotte leest men uit die
-
rapporten en toelichtingen ook de kunsthistorische en
artistieke voorkeuren van een architect.
-
Gezien de snelle ontwikkeling der laatste decennia op
het gebied der waardering van oude en jongere bouwstijlen zijn het een soort
kleine tijdsdocumenten geworden, die symptomatisch zijn voor de wijzigingen in
de restauratie opvattingen.
-
Bij elk rapport enkele korte notities.
Onderzoekrapport van 11 december 1968.
-
Gewenst onderzoek naar de oorspronkelijke toestand van
het gebouw.
-
Schip (exterieur).
-
Door het afhakken van de pleister, het blootleggen van
plint, lisenen en muuroverkraging onder de dakvoet. De bestaande blindnissen in
de noord gevel nader te onderzoeken of deze als zodanig zijn gemaakt of gedichte
raamopeningen vormen. In deze gevel verder te speuren naar de voortzetting van
de reeks blind- en/ of raamnissen en het bestaan van een noordingang. Het deels
ontgraven van de grondslag aan de voet van de gevel, kan wellicht ook hierboven
genoemde zaken aan de dag brengen, waarbij ook te noemen het oorspronkelijk
maaiveldniveau.
Koor, het openhakken van de gevel achter de kansel, waarbij zonder
twijfel een gotisch raam fragment met resten van de afzaat, onderdorpel, de zij-
en middenmontant, brugstaven, brugstaafopleggaten en/ of de hoogteverdeling van
deze staven kunnen worden teruggevonden. Het toegepaste materiaal voor
plintbanden, waterlijsten,
-
onderdorpel en raammontants kan eveneens worden
geconstateerd. In de noordgevel kan worden gezocht naar een eventueel raam.
-
Schip (interieur).
-
Onderzoek naar oud vloerniveau, het fundament,
noordingangsnis en oude ramen. De laatste twee fragmenten aan te snijden nadat
het bestaan ervan in de buitengevel is aangetoond.
Koor.
-
Het zoeken naar de muraalbogen en gewelfschalken van
eventueel verdwenen gewelven. Het zoeken naar de aanwezigheid van muurnissen
beneden de ramen.
Voorlopig restauratieplan.
-
Het koor wederom te verhogen tot de oorspronkelijke
hoogte. Hierbij zijn waarschijnlijk of zeker de volgende gegevens voorhanden: de
steunberen kunnen naar boven verlengde worden, waarbij op de versnijding
eenzelfde lengte als beneden deze versnijding vanaf de verdwenen waterlijst
voorhanden is. Deze verhoging vermeerderd met de beerafdekkingshoogte, een
aantal lagen met daarop de muuroverkraging levert een zekere muurhoogte op. In
de hoogte tussen waterlijst en muuroverkraging moet op geijkte manier een raam
opgebouwd uit een aantal brugstaafvakken met daarop een spitsboog kunnen worden
ondergebracht. Wanneer aan de binnenzijde een muraalboog wordt aangetroffen, dan
zal de reconstructie van het volledige beloop hiervan in overeenstemming moeten
worden gebracht met de gevonden maten van muur en raamhoogte. Bij het aantreffen
van natuursteen (Bentheimer steen) mag, voor wat de ramen betreft, worden
aangenomen dat de tracering uitgevoerd is geweest met toten (zie de ramen inde
kruisgang van het klooster in Ter Apel). Bij voldoende gegevens van ramen,
blindnissen, poortjes, lisenen, muurverkraging en plinten in het schip kan
gehele reconstructie van de schipgevels onder ogen worden gezien. Eventueel kan
dit tot de noord gevel worden beperkt. In het interieur zou men zich het koor
opnieuw overwelfd kunnen voorstellen.
-
In de schipkap zou met behoud van de bestaande
trekbalken een houten tongewelf kunnen worden aangebracht, welke goed aansluit
op de (lage) triomfboog. De kap welke volgens de 3-4-5 steek is gemaakt kan
worden gehandhaafd, doch moet op het koor omhoog worden gebracht. De muren
dienen aan de buitenzijde gepleisterd te blijven.
-
Toelichting.
-
Onderzoek van 11 december 1968.
De te onderzoeken onderdelen spreken voor zich zelf. De hier uitgesproken
vermoedens zijn grotendeels door het onderzoek bevestigd.
-
Als voorlopig restauratieplan dachten wij er over het
oude verhoogde koor uit ±1450 weer aan te brengen met de gotische
koorvensters met zandstenen traceringen.
-
Verder een algehele romano-gotische reconstructie van
de noordelijke schipgevels.
-
In het interieur wordt voorgesteld het koor weer te
overwelven.
-
De buitenmuren dienen 19e eeuws gepleisterd te blijven.
-
Onderzoeksrapport van 9 juni 1969.
Schip.
-
Aanleg gevels ongeveer 40 cm beneden huidig maaiveld.
-
De voet is 2x versneden=13 cm sprong. In noord- en
zuidgevel sporen van een ingang. Deze zijn zichtbaar omdat daar ter plaatse de
fundering hoger zit ten gevolge van het niet verzakken. In de noordkant is een
rollaag van dunnere steen als dorpel zichtbaar.
-
In de zuidingang welke voor een deel schuilgaat achter
de middelste beer. is de vulling van de ingang slordig uitgevoerd. Voor de
ingang een zwerfsteen (plaveisel?); steenmaat 9x 14,2x 28,5 cm.
-
Uit de gegraven gleuf langs de muur komen
kogelpotscherven te voorschijn.
-
De heer Boersma (B.A.I.) dateert deze op 14e eeuws. De
versiering op de scherven wijst op lokaal-Westerwoldse afkomst.
-
Nabij het noorder-penant van de triomfboog is de
schipmuur met een V2 steen beklampt. Achter deze beklamping is de muur
uitgevoerd in schoon werk; waarschijnlijk is het dunne laagje bepleistering door
verwering verdwenen.
-
Of het bovendeel van de muur 1/2 steen terugligt of dat
hier sprake is van een nis is niet na te gaan zonder verder onderzoek.
-
De westgevel van het schip is van 1841. De toren van
1860 vervangt een aanbouwtje waarvan de dakvoet waarneembaar is tegen de
westgevel. In de grond gevonden een overkragingssteen met 2 profielen n.l. een
hol en een bol.
-
Koor.
-
(steenmaat 8x 14,2x 28,5 cm.)
-
In de sluitmuur werd een raam blootgelegd. Dit raam is
terstond uitgevoerd met een dicht ondergedeelte; het metselwerk in verband met
de nisneggen. Op dit muurtje rijzen aan weerskanten de zijmontants op, welke
één kop breed zijn. Raamneg en montant eindigen op ±25 cm boven de
geboorte van de raamboog, tot welke hoogte de muren zijn verlaagd. In de
montants, welke nog resten van een dunne bepleistering vertonen, zijn de gaten
van brugstaven en bindroedjes aanwijsbaar, alsmede de glasdikte in de
aanvoegspecie.
-
Een speciale onderdorpelsteen is er niet. Op de laatste
laag van het ondergedeelte bevindt zich een dun aflopend pleisterlaagje dat het
glas opsloot. Het laagje loopt in de midden door, daar waar men de aanwijzing
van een midden montant verwacht.
-
Bij de andere huidige ramen kunnen de daaraan vooraf
gaande gotische ramen worden aangetoond.
-
In de noord gevel komt geen raam voor.
-
De waterlijst en de plintband zijn van dezelfde
baksteen als het koor en één laag hoog. Boven de waterlijst op de voorkant van
de steunbeer is een verjonging uitgevoerd in een schuin gehakte laag. De afzaat
onder het raam moet hebben bestaan uit 3 eveneens schuin gehakte lagen.
 -
Gewelf.
-
Tegen de noord gevel is de muraal-boog van het
verdwenen gewelf blootgelegd. Deze boog bestaat uit een steen op zijn kant welke
vlak zit met het werk daaronder; daarboven ligt het muurvlak een klampdikte
terug. Bij het overwelven is de muraal, welke bij de triomfboog ongeveer 2S cm
hieruit verwijderd blijft, niet gevolgd. Boven de muraal is een gleuf in de muur
gekapt, teneinde met het gewelfvlak uit te komen op het punt waar de gewelfrib
eindigt op de kraagsteen. De kraagsteen is hoekig weggekapt. Van de rib is nog
een lang stuk aanwezig met een profielfragment. Dit is kennelijk het enige
natuursteen werk van het koor en wel in Bentheimer zandsteen. De raamnissen
lopen aan de binnenzijde beneden de raamdorpel door als muurnis en eindigen
±40 cm boven de huidige vloer. In de nissen terzijde van de kansel zijn
grafwerken geplaatst.
-
Onder de vloer van het koor (noordwest gedeelte) ligt
een grote rood zandstenen zerk met goed leesbaar opschrift. Deze zerk ligt
kennelijk op de oude vloerhoogte. Dit is ongeveer 2S cm beneden de huidige
vloer.
-
In het puin van het uitgebroken raam bevinden zich
zijmontantstenen.
-
Het dichten van de raamnis is gedaan met steen,
afkomstig van het schip. In de kap is nog eikenhout van de vorige kap verwerkt
(z.g.n. sporen).
-
Schip.
-
In de noord gevel werd een volledige ingang met
rondboog blootgelegd. In het smalle nisje van reeks nissen in dezelfde gevel
werd de dichtzetting van raampje geconstateerd.
-
In de zuidgevel werd een gehavende ingang gevonden,
welke gedeeltelijk schuil gaat achter de steunbeer.
-
Toelichting onderzoek van 9 juni 1969.

-
Schip,
behalve de
gebruikelijke vondsten werd geconstateerd dat de toren van 1860 een kleine
westbouw (tochtportaal) heeft vervangen.
-
In het koor werden inderdaad de verwachte bakstenen
zijmontants gevonden, met resten van diverse bepleistering en gaten voor ijzeren
brugstaven en bindroedjes voor het inmiddels verdwenen glas-in-lood. Ook werd de
muraalboog van het koorgewelf in de noordmuur blootgelegd en een afgehakte
kraagsteen rest. Een stukje gewelfrib in Bentheimer zandsteen geeft aan hoe een
en ander uitgevoerd was.
-
-
-
|